Regenten

sweere kopDe superior van het klein-seminarie Ypelaar werd “regent” genoemd. Deze benaming verscheen voor het eerst in 1848, toen de superior van het Collegie van Oudenbosch, annex klein-seminarie, aldus werd genoemd.

Mgr. Petrus Rudolphus Adrianus Sweere (* 1882 † 1967), Bijnaam: “De Piet”. Geboortig van Standdaarbuiten in 1882, was hij leerling van het Seminarie Ypelaar (vanaf 1896), docent op het seminarie Ypelaar van 1908 tot 1921, regent van 24 december 1921 tot augustus 1952. Daarna rector van het pensionaat Sint Anna in Zundert. Overleden op 13 februari 1967.

De klassen heetten toen nog ‘Kleine Figuur’,’Grote Figuur’, enz., en de leraren heetten ‘professoren’.

Mgr. dr. Joannes Lambertus Maria (Jan) de Lepper. Bijnaam: De Mina.

Geboren in Breda in 1905. Behalve de anderhalf jaar die hij doorbracht in Groningen, en zijn studietijd in Nijmegen, heeft hij altijd in Breda gewoond. In 1918 begon hij op het klein-seminarie Ypelaar. Na zijn priesterwijding in 1930 kreeg hij de opdracht klassieke taal- en letterkunde te studeren. Hij promoveerde op het in fraai Latijn geschreven proefschrift De rebus gestis Bonifatii comitis Africae et magistri militum. Kwade tongen vertellen dat er 70 exemplaren van waren gedrukt, waarvan er 35 verkocht werden aan mensen die dachten dat het ergens anders over ging, en 35 aan mensen die wisten waar het wél over ging. Van 1 januari 1936 tot 29 juli 1948 was hij docent klassieken aan het klein-seminarie Ypelaar, waarna hij in juli 1949 werd benoemd tot rector van het Onze Lieve Vrouwe Lyceum in Breda. Hij was zeer ambitieus.

Per 20 augustus 1952 werd hij benoemd werd tot regent van de Ypelaar. Zijn eerdere benoeming aan het Bredase lyceum was blijkbaar bedoeld om hem wat ervaring te laten opdoen, met het oog op de Ypelaar. Het Onze Lieve Vrouwelyceum was toen in Breda een school voor “de chic”, voor de sociale bovenklasse, waar het standsverschillenbewustzijn zeer groot was. Veel oud-leerlingen merken op dat De Lepper, ook in zijn jaren op de Ypelaar, altijd een duidelijke voorkeur heeft getoond voor de elite.

Zijn primaire opdracht was het klein-seminarie rendabel te maken om het groot-seminarie blijvend te kunnen voorzien van kandidaten, die in ieder geval oude talen konden vertalen en desnoods maatschappij-vreemd waren.

Van de Ypelaar heeft hij in ieder geval een elite-opleiding gemaakt. In 1957 verkreeg hij voor het “Gymnasium van het Seminarie Ypelaar” Rijkserkenning, en dus de mogelijkheid voor de leerlingen het staatsdiploma Gymnasium A of B te behalen. Mede daarom werd De Lepper op 9 december 1957 benoemd tot “geheim kamerheer van Zijne Heiligheid de Paus”, waardoor hij “monseigneur”genoemd mocht worden. Op 29 april 1963 werd hij benoemd tot officier in de Orde van Oranje Nassau.

Zijn bijnaam was “De Mina”. Generaties leerlingen kenden hem onder die bijnaam. Maar geen enkele oud-leerling kan iets zeggen over de mogelijk etymologie van deze bijnaam.

De Lepper was een zeer erudiet man, en wenste uitdrukkelijk van het klein-seminarie een wetenschappelijk instituut te maken op hoog niveau. Docenten die geen bevoegdheid hadden moesten gaan studeren of kregen een andere benoemind. De Rijkserkenning van het gymnasium was zijn werk, en het was voor hem een erezaak om een eindexamenjaar voltallig te laten slagen. Wanneer er over leerlingen twijfels waren, liet hij hen jaar 5 doubleren. Hij bevorderde voor de leerlingen ook de cultuur, en stuurde ze naar de toneelopvoeringen in Concordia in Breda, de concerten van het Brabants Orkest, de Johannes Passie in de Grote Kerk.

Hij behoorde met Van der Pol tot een groep, waartoe ook Anton van Duinkerken behoorde, die geïnspireerd was door het tijdschrift De Gemeenschap, hoewel hij er zelf niet in schreef. Voor die tijd was het een moderne groep, die de kerk vorm wilde geven in openheid naar de wereld.[1]

De liturgische vernieuwingen van de jaren 1950 werden door hem onmiddellijk ingevoerd, zoals de hervorming van de liturgie van de Goede Week in 1955. In plaats van de tridentijnse “vioolkisten” kocht hij regelmatig nieuwe liturgische gewaden, in de stijl van de oude Romeinse liturgie, en schafte hij nieuwe kelken aan. Maar de liturgische vernieuwing van het Tweede Vaticaans Concilie (bijvoorbeel de communie op de hand) heeft hij slechts met moeite geïntegreerd.

Vanaf 1967 werd De Lepper niet meer “regent”, maar “rector” genoemd. Er kwam ook een nieuw schoolbestuur. Op 2 mei 1967 installeerde mgr. H.C.A. Ernst als kapittelvicaris de nieuwe leden: dr. W.L.P. de Kort, voorzitter; mr. A.P. Linthorst, secretaris-penningmeester; drs. J.J. Habets; mevr. A. Smit-Sträter, A.J.M. Smulders; mgr. A.P.F. Theeuwes en mevr. F. van Wijmen-Truyen.

Toch ging hij uiteindelijk wel met de tijd mee. De seminaristen uit de jaren 1950 kennen hem als de man van de spiritualiteit van de gestrengheid, van het tridentijns priesterbeeld, maar na Vaticanum II liet hij, naar de uitdrukking van Melief, “de burcht van een gesloten katholicisme achter zich”. In 1957 liet hij zelfs de priesters toe in plaats van de toog clergyman te dragen. Maar onmiddellijk kreeg hij een persoonlijke brief van bisschop Baeten: “U gelieve de priesters die op het seminarie Ypelaar verblijven er op te wijzen, dat zij de toog moeten blijven dragen “secundum legitimes loci consuetudines et Ordinarii loci præscripta”. Het was, dunkt mij, juister geweest als ik daar niet aan te pas was moeten komen et U het als Regent niet had toegelaten. Met ware hoogachting. De bisschop van Breda, J.H. Baeten”.[2]

“Jarenlang was hij een moeilijk toegankelijk man”, zo schrijft Melief in zijn In memoriam, “Velen respecteerden hem om zijn wetenschap en kennis op velerlei gebied, maar moesten veel schroom overwinnen om kontakt met hem te zoeken. Zijn leerlingen, met name de zwakke broeders onder hen, zagen niet zonder angst naar hem op en waren bevreesd voor een beurt tijdens de les, al erkenden zij later allen Grieks en Latijn van hem geleerd te hebben. Hoe anders was hij op latere leeftijd. De grotere ruimte die hij zich niet zonder moeite in geloven en geloofsbeleving veroverde en waarin hij met vreugde de ander toeliet, vindt zijn weerspiegeling in de grotere ontvankelijkheid voor vriendschap en zijn groeiende behoefte aan kontakt met een brede kring van vrienden en kennissen die zijn belangstelling voor kerk, geloof en wetenschap deelden. Bezoek stelde hij op hoge prijs. De bezoeker verkeerde met Jan de Lepper op voet van gelijkheid en was bij hem op zijn gemak”. Ja, hoe anders hebben wij, oud-leerlingen, De Lepper gekend..!

Bijna alle oud-leerlingen hebben slechte herinneringen aan hem: hij was streng, autoritair, afstandelijk. “Iedereen was bang van de Mina”, zo beaamt ook Gerard op het Veld, “zelfs enkele docenten”.

Maar hij had, wat velen van ons zich maar moeilijk konden voorstellen, ook vrienden: Anton van Duinkerken droeg zijn boek Lyrisch Labyrinth (Utrecht 1930) aan hem op …. Hans de Hingh (Ypelaar 1947-1953) typeert hem als een “fantastische leraar klassieken, een grote directeur, een erudiet en verstandig man, weliswaar hooghartig en trots, een potentaat. Maar dat was natuurlijk ook theater, want De Lepper was een rhetor”.

Dat De Lepper ook een mens was, was bij de seminaristen onbekend. Na het einde van de Ypelaar als klein-seminarie is De Lepper, zo zeggen allen die hem in die latere jaren tijdens zijn emeritaat nog meegemaakt hebben, “medemens geworden”: “De Lepper is ontdooid toen hij de toog uittrok”.

Hij was een man die, zo typeert Vincent Schoenmakers (Ypelaar 1952-1959) het, “zichzelf overschreeuwde”, om eveneens te bevestigen: “Na de Ypelaar was De Lepper de grote hartelijkheid”.

Mgr. de Lepper overleed op 7 oktober 1985.[3]

[1] Over de banden van De Lepper en Anton van Duinkerken met De Gemeenschap, in de jaren van hun studie te Hoeven, zie: Michel van der Plas: Daarom, mijnheer, noem ik mij katholiek – Biografie van Anton van Duinkerken (Amsterdam, Ambo/Anthos, 2000), blz. 81-89.

[2] Archief Ypelaar, inv.nr. 20.

[3] Zie zijn in memoriam: P.B.A. Melief, ‘In Memoriam Mgr. Dr. J. L. M. de Lepper’, in: Jaarboek Oranjeboom 39 (1986).

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *